0345 531669 / 06 51967187|info@aanz.org

Gemeenten en burgers aan zet

//Gemeenten en burgers aan zet

Naar een praktijk van interactieve beleidsvorming en creatieve arrangementen

Een artikel uit 2004 nog even actueel!

 

Door Catrinus Egas

De verzorgingsstaat wordt grondig gereviseerd. We zien daarvan de uitwerking al op tal van terreinen in het publieke domein: sociale zekerheid, zorg, maatschappelijke zorg, wonen. Het uitgangspunt is een terugtredende overheid, versterking van de ‘civil society’, decentralisatie van rijk naar gemeente, privatisering en marktwerking, eigen verantwoordelijkheid en initiatief bij de burger. Dat vraagt om een andere opstelling van de overheid jegens burgers. Een mondige samenleving heeft een andere overheid nodig.

De RMO schreef in 2003:

“Nederland bevindt zich in een overgangstijd tussen bestuurlijke paradigma’s. Het paradigma van de verzorgingsstaat, met zijn nadruk op centraal ingrijpen, grootschaligheid, uniformiteit en gelijkheid, past steeds minder bij de veranderde maatschappelijke verhoudingen. Er zijn in de afgelopen jaren dan ook verschillende pogingen gedaan om het bestuur bij de tijd te brengen. Maar de resultaten daarvan stellen teleur, mede omdat de routines van de verzorgingsstaat dominant zijn gebleven, zowel in de verwachtingen die burgers van de overheid hebben als in de manier waarop de overheid ingrijpt.”

“Het optreden van de overheid is zeker in het afgelopen decennium sterk geïnspireerd op semi-managementdenken. Dat heeft geleid tot een sterke instrumentalisering van bestuur en politiek en, merkwaardig genoeg, een sterk centralistische inslag van het overheidsbestuur. Gevolgen zijn onder meer een verlicht aanbodbestuur waar vraagsturing wordt beoogd, een opeenstapeling van sturings-instrumenten, een meetindustrie die alle ruimte voor instellingen insnoert en een systeemlogica waar burgers nauwelijks iets van begrijpen.”

Gemeentelijk beleid; ruimte voor burgers?

Met betrekking tot de publieke dienstverlening ontstaat een groeiende belangstelling voor zaken als ‘vraagsturing’ en vraaggericht werken, ketendienstverlening en netwerkdienstverlening. Op bestuurlijk vlak wordt dit vertaald in ‘interactieve beleidsvorming’.

Beleidskaders met betrekking tot publieke dienstverlening worden in toenemende mate geformuleerd in raamwetten, waarbij de dienstverlening slechts op grote lijnen wordt omschreven in ‘functies’.

Voorbeelden daarvan zijn de WVG, de (gemoderniseerde) AWBZ en de Wet op de maatschappelijke ondersteuning (WMO), die voor 2006 in voorbereiding is. De nadere invulling daarvan in termen van diensten gebeurt door een indicatieorgaan of de gemeente (op basis van verordeningen). De intentie is om het vertrekpunt niet in het aanbod te nemen maar in de noodzakelijke diensten en daarmee de vraag.

Cliënten willen dat ook, sterker nog, eisen de ruimte om op zijn minst invloed te hebben op het aanbod en het doel daarvan. Niet alle burgers zijn echter in gelijke mate in staat om die rol waar te maken. Ook onder het nieuwe beleid is de vraagzijde bij lange na niet (voldoende) in positie gebracht om aan de uitgangspunten en beleidsintenties vorm te kunnen geven.

XPIN herintroduceert het begrip empowerment, een principe voor beleid dat uitgaat van de kennis en kracht van burgers, bedrijven en instellingen. Ambtenaren, bestuurders en politici zullen invulling moeten geven aan een nieuwe verhouding tussen samenleving en overheid. Want een mondige samenleving heeft een andere overheid nodig. Niet een overheid die alles tot in de puntjes regelt, maar een overheid die burgers en bedrijven in staat stelt om zelf verantwoordelijk te zijn voor keuzes over leven, werken en ondernemen.

Empowerment als strategie voor de overheid betekent dat ze bereid is om verantwoordelijkheden te delen, meer ruimte geeft aan burgers, bedrijven en uitvoerders, en de kennis en kracht van de samenleving inschakelt voor uitvoering, handhaving en toezicht.

De lokale praktijk; inzet en vormgeving

Theoretische concepten en praktische handreikingen zijn welkom maar uiteindelijk moet de lokale praktijk gestalte krijgen. Dat is geen kwestie van simpelweg ‘een knop omzetten’. Dat vergt aandacht voor zaken als:

  • Een zorgvuldige en open communicatie tussen gemeente en burgers, maar vooral ook tussen gemeente, burgers en instellingen c.q. dienstverleners.
  • Het stellen van beleidskaders en prioriteiten in nauwe samenspraak met burgers en instellingen.
  • Een transformatie van het gemeentelijke beleidsvormingsproces.
  • Samenhang in beleid en dienstverlening met de vraag als vertrekpunt voor vormgeving.
  • Oog voor mogelijkheden maar ook voor de noden van burgers.
  • Een cultuur van ruimte en vertrouwen. Geef ruimte aan burgers, maatschappelijke organisaties, publieke instellingen en professionals om hun eigen passende arrangementen te treffen.
  • Het scheppen van adequate randvoorwaarden en het bieden van adequate faciliteiten.
  • Zorgvuldige feedback. Instellingen en professionals organiseren feedback van burgers en van andere instellingen en professionals over hun functioneren en de resultaten die ze behalen. Feedback is gericht op leren, niet op beheersen en afrekenen.

Er wordt veel gesproken en nagedacht over vraaggericht werken. Het is echter opvallend dat er bijzonder weinig idee bestaat over het vormgeven van vraagformulering. Hier is nog een wereld te winnen, niet alleen voor de burger, de cliënt maar ook voor dienstverleners en beleidsmakers. Dat is met name het geval op die terreinen waar veel eigen initiatief wordt verwacht van de burger/cliënt, zoals bij reïntegratie in het kader van de WWB en met betrekking tot woon- en zorgvoorzieningen in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Deze wet is in voorbereiding voor 2006 en zal als raamwet door gemeentelijke verordeningen nader moeten worden ingevuld. De wet zal straks de terreinen van de WVG, welzijn en delen van de ggz en de AWBZ bestrijken. Hoewel de gemeente op het terrein van de WWB en de WMO een wettelijke zorgplicht heeft, gaat dit beleid in het bijzonder uit van eigen verantwoordelijkheid van burgers en van maatschappelijke arrangementen die door burgers en instellingen zelf worden opgezet. De lokale overheid heeft daarbij – uiteraard onder behoud van de zorg voor de meest kwetsbare burgers – vooral een voorwaarde scheppende en faciliterende rol.

Veel aandacht zal daarom moeten worden geschonken aan het op gang brengen van interactie, van zorgvuldige en open communicatie tussen het beleidskader, de dienstverlening en de vraagzijde. Met name de vraagzijde is in die verhouding een zwakke en overwegend ongeorganiseerde partij. Dat leidt gemakkelijk tot ongewenste dominantie van de zijde van het beleid en de dienstverlening. Het leidt ook gemakkelijk tot niet-gebruik van voorzieningen. Het zijn juist de meest redzame burgers die hun vraag zullen weten te formuleren en die relatief gemakkelijk de weg naar eigen arrangementen zullen vinden. Terwijl de minst redzame en meest kwetsbare burgers, die meer dan gemiddeld zijn aangewezen op voorzieningen, daarin veelal niet zullen slagen.

Het volstaat dan ook niet om ‘kennelijke vertegenwoordigers’ van burgers, de vraagzijde, in een advies- of inspraakorgaan te positioneren. Burgers zullen moeten worden opgezocht. Hen zal moeten worden gevraagd naar oplossingen en wenselijke arrangementen. Burgerinitiatieven en creatieve samenwerkingsvormen zullen moeten worden opgespoord en waar nodig gesteund met faciliteiten en beleidsmatige randvoorwaarden. Kortom, bestuur en dienstverleners zullen een ‘outreachende’ houding moeten aannemen.

In dit vernieuwingsproces zullen bestuurders, beleidsontwikkelaars, maatschappelijke instellingen en burgers elkaar moeten vinden. ‘Empowerment’ is geen methode om anderen te versterken en tot ontwikkeling te brengen. Het is een proces waarin je jezelf en elkaar ontwikkelt en versterkt. Alle partijen zijn daar bij nodig en hebben elkaar iets te bieden. Daarin past geen bevoogdende houding van de overheid en ook niet van maatschappelijke instellingen jegens burgers en cliënten. Hier geldt het beginsel van volwaardig burgerschap, van gelijkwaardige en open interactie, en vooral ook ruimte geven aan en investeren in een nieuwe samenlevingspraktijk.

Culemborg, 13 april 2004

By | 2015-02-26T15:43:38+00:00 februari 25th, 2015|publicaties|0 Comments

About the Author: