0345 531669 / 06 51967187|info@aanz.org

Burgerperspectief op kwaliteit

//Burgerperspectief op kwaliteit

Door Catrinus Egas

Patiëntenorganisaties houden zich in toenemende mate bezig met kwaliteit van zorg, in de breedste zin van het woord. Daarnaast houden een aantal patiëntenorganisaties zich ook bezig met de kwaliteit van verzekeringsgeneeskundige en, breder, sociaal medische beoordeling. Het gaat dan met name om de ‘keuringen’ in het kader van de Wia, de ZW, de Wajong en binnenkort ook de Participatiewet. De kwaliteit van deze beoordelingen en de condities waaronder deze (moeten) worden uitgevoerd zijn daarbij in het geding. De uitkomst van deze beoordelingen heeft immers grote gevolgen voor het levens- en arbeidsperspectief van de betrokkenen. Patiënten hebben dus alle belang bij een goede kwaliteit van deze beoordelingen.

De aandacht hiervoor is tot nu toe vaak gericht op landelijk beleid en landelijke uitvoering. Met name als gevolg van decentralisaties wordt ook het lokale en regionale beleids- en uitvoeringsniveau hierbij steeds belangrijker.

Interactieve beleidsvorming

Burgers krijgen in het sociale domein steeds meer te maken met verplichtingen en eigen verantwoordelijkheid. Hoewel de bezuinigingsopdracht gemakkelijk leidt tot een dominant financieel sturingsprincipe en verlies van rechten, kan het ook kansen en ruimte bieden voor burgers.

Met de overheveling van rijksbeleid naar gemeenten wordt het beleid dichter bij de burger neergelegd.

Tegelijk waait er een nieuwe wind door bestuurlijk Nederland – vooral op lokaal niveau – met de wens om meer met burgers tot interactieve beleidsvorming te komen. Termen als co-creatie en doe-democratie beginnen leidende principes te vormen evenals ruimte geven aan burgerinitiatieven en een meer faciliterende overheid. Vooralsnog worden deze principes vooral met de mond beleden; het zal nog een hele ontwikkeling vergen om het in de praktijk tot werkelijkheid te maken.

Wenkend perspectief

Het vormt een wenkend perspectief voor burgers om zich actief te bemoeien met beleid en uitvoerende dienstverlening en om zelf voorzieningen en (wijk)budgetten te beheren.

Deze veranderingen luiden een nieuw tijdperk in van patiënten-, cliënten en burgerparticipatie. Ging het tot nu toe vooral om inspraak en op zijn best om meespraak – en dus om reageren op geformuleerde beleidsvoornemens en geleverde diensten – voortaan zal het steeds meer (ook) om ‘voorspraak’ gaan. Met voorspraak wordt bedoeld het formuleren van uitgangspunten voor te vormen beleid en dienstverlening. In bestuurlijke termen gaat het dan om beleidskaders. In termen van burgers gaat het om kwaliteitscriteria. In beide gevallen gaat het om richting geven vooraf en toetsen achteraf.

Urgentie

Behalve dat het hier gaat om een wenkend perspectief is er ook een zekere urgentie mee gemoeid.

Tegelijk met de transities in het sociale domein vinden er ingrijpende beleidswijzigingen plaats die bovendien samengaan met forse bezuinigingsopdrachten. Dit gaat grote – veelal kwetsbare – groepen in de samenleving treffen. Deze groepen zullen worden onderworpen aan – strenge – beoordelingen om rechten (op voorzieningen) maar vaak ook verplichtingen (zoals sollicitatie- en arbeidsplicht) te kunnen vaststellen. Daarbij kan worden gedacht aan de herkeuringen van Wajongeren, het beoordelen van arbeidsvermogen in het kader van de Participatiewet en aan de beoordeling van het recht op Wmo-voorzieningen. De kwaliteit van deze beoordelingen en de condities waaronder deze (moeten) worden uitgevoerd zijn daarbij in het geding.

Praktijk in ontwikkeling

Zoals gezegd is er sprake van kantelende opvattingen over beleidsvorming en dienstverlening.

Daarin liggen dus nieuwe en goede kansen voor een kwalitatieve inbreng van patiënten- en cliëntenorganisaties op pro-actieve en toetsende wijze.

Het is van belang dat voldoende (stimulerende) faciliteiten beschikbaar komen voor het ontwikkelen van de beoogde kwaliteitscriteria.

Daarvoor is het nodig dat:

  1. patiënten- en cliëntenorganisaties expertise en praktijk ontwikkelen van kwaliteitsformulering en – toetsing op het gebied van sociaal-medische beoordeling;
  2. er een procesmatige inbedding en borging komt voor dergelijke kwaliteitsinbreng bij overheden en dienstverleners;
  3. de gemeentelijke organisatie, die van de dienstverleners, maar ook die van patiënten en cliënten hun cultuur omvormen tot die van een lerende organisatie.

Kwaliteitscriteria

Zowel de urgentie als het wenkend perspectief vragen om inzet op het formuleren van kwaliteitscriteria voor beleid en dienstverlening vanuit het perspectief van burgers c.q. patiënten en cliënten.

Daarbij is het proces minstens zo belangrijk als het resultaat. Het dwingt patiënten- en cliëntenorganisaties om na te denken over kwaliteit op basis van eigen levens- en arbeidsperspectief. Dat levert een meer offensieve input op voor beleidsvorming en dienstverlening in plaats van daar vooral defensief op te reageren. De geformuleerde criteria kunnen vervolgens weer als basis dienen in het proces van overleg en onderhandeling met beleidsmakers, beoordelaars en dienstverleners.

Langs die weg kunnen resultaten uiteindelijk ook worden neergeslagen in beleidskaders, protocollen, richtlijnen en andere kwaliteitsinstrumenten. Ook onafhankelijk daarvan leveren de geformuleerde kwaliteitscriteria tegelijk een toetsingskader op voor patiënten- en cliëntenorganisaties om vanuit eigen perspectief het beleid, de beoordelingen en de dienstverlening mee te toetsen. Zij kunnen ook dienen als criteria voor overheden bij aanbesteding en inkoop en voor particulieren bij het aanwenden van pgb’s.

Daarbij kan worden aangesloten op reeds ontwikkelde praktijk en methoden van de projecten Kwaliteit in Zicht (KiZ)

[i] en Patiëntenperspectief op Mediprudentie (POM)[ii], waarbij diverse patiëntenorganisaties betrokken zijn, en ook bij beginnende initiatieven van Wmo-raden om eigen kwaliteitscriteria te formuleren.

Kwaliteit in de zorg

In het kader van het programma KiZ werden een methode en producten ontwikkeld, zoals een basisset kwaliteitscriteria. Deze set is ontwikkeld op basis van de gezamenlijke kennis en deskundigheid, literatuur en instrumenten van de deelnemers aan het programma. Dit heeft geleid tot de ontwikkeling van de Kwaliteitsmatrix die bestaat uit vijf fasen in het zorgproces en tien thema´s voor de kwaliteit van zorg (zie figuur 1).

 

 

 

 

 

Thema’s

Fasen van het ziekteproces of zorgcontinuüm voor patiënten met een chronische aandoening
1 2 3 4 5
Vroege onderkenning en preventie Diagnostiek Individueel zorgplan en behandeling Begeleiding, revalidatie, re-integratie, participatie en relapspreventie Laatste levensfase en palliatieve zorg
1 Regie
2 Effectiviteit 
3 Toegankelijkheid 
4 Continuïteit 
5 Informatie, voorlichting en educatie
6 Emotionele ondersteuning, empathie en respect
7 Patiëntgerichte omgeving
8 Veilige zorg 
9 Kwaliteit van zorg transparant
10 Kosten transparant

Figuur 1 Kwaliteitsmatrix, Kwaliteit in Zicht 2011

De vijf fasen in de Kwaliteitsmatrix zijn gebaseerd op de vier fasen uit het metamodel voor zorgstandaarden bij chronische ziekten, aangevuld met een vijfde fase. Deze Kwaliteitsmatrix is het denkkader bij het maken van aandoeningspecifieke criteria. Deze criteria kunnen per thema en fase worden gerubriceerd. De matrix is daarbij behulpzaam maar biedt ook houvast voor het bedenken en formuleren van een dekkende set criteria.

Thema overstijgende kwaliteitscriteria voor de zorg

Op basis van de opgedane kennis en ervaring bij het ontwikkelen van aandoeningspecifieke kwaliteitscriteria, is naast de Kwaliteitsmatrix een set generieke kwaliteitscriteria opgesteld, geldend voor alle chronische patiënten. Enkele voorbeelden:

  • De zorgverlener stelt de kwaliteit van leven van de individuele patiënt centraal in de zorg.
  • De zorgverlener verleent patiëntgerichte zorg die is afgestemd op de voorkeuren, mogelijkheden en behoeften van de individuele patiënt.
  • De zorgverlener is op de hoogte van eventuele andere aandoeningen van de patiënt en stelt de totale ziektelast van de patiënt vast.
  • De zorgverlener betrekt, in overleg met de patiënt zelf, naasten van de patiënt bij de zorg in alle fasen.
  • De patiënt heeft vrije keuze van zorgaanbieder en zorgverlener.
  • De zorgverlener stelt in samenspraak met de patiënt de behandeldoelen vast en bespreekt de verwachtingen van patiënt en zorgverleners hierbij. Zij overleggen en werken samen om de afgesproken behandeldoelen te bereiken.

Kwaliteitscriteria voor sociaal medische beoordeling

In het kader van het project Patiëntenperspectief op Mediprudentie werden twee sporen gevolgd voor inbreng van patiënten/cliënten bij de kwaliteitsontwikkeling van de sociaal medische beoordeling door verzekeringsartsen:

  1. Bijdragen aan mediprudentie
  2. Formuleren van kwaliteitscriteria

Mediprudentie

Bij de beroepsvereniging van verzekeringsartsen (NVVG) loopt een kwaliteitstraject met als titel ‘mediprudentie’. Mediprudentie heeft tot doel de kwaliteit van de verzekeringsgeneeskundige beroepspraktijk te verbeteren. Bij mediprudentie wordt een vraag of dilemma uit de keuringspraktijk geformuleerd aan de hand van een gevalsbeschrijving (casus). Daar wordt een beargumenteerd antwoord en eventueel advies (bijvoorbeeld voor nader wetenschappelijk onderzoek) aan toegevoegd. Dit geheel wordt vervolgens opgenomen in een database, die door verzekeringsartsen kan worden geraadpleegd.

Patiëntenorganisaties kunnen leerpunten aandragen op basis van hun ervaring met de verzekeringsgeneeskundige praktijk en vanuit het perspectief van de patiënt. Bij een beoordeling gaat het niet alleen om medische diagnostiek. Het gaat ook om het beoordelen van (arbeids)omstandigheden, (herstel)gedrag van de patiënt, ervaren gezondheidsklachten en herstelperspectief. De informatie die de verzekeringsarts van of via de patiënt kan verzamelen speelt daarbij een belangrijke rol.

Verder kan het gaan om specifieke (ervarings)kennis op het gebied van de betreffende aandoening, de gevolgen daarvan en toegepaste therapieën. Het kan ook gaan om suggesties met betrekking tot het inrichten van het beoordelingsproces of voor nader medisch-wetenschappelijk onderzoek.

Dat betekent dat patiëntenorganisaties dilemma’s, vragen, overwegingen, inzichten en opvattingen aan kunnen dragen, die een rol kunnen spelen bij het formuleren van leerpunten en het verbeteren van de beoordelingspraktijk.

Op welke manier kunnen patiëntenorganisaties een bijdrage leveren?

Dat kan op zeer uiteenlopende manieren.

  • Door zelf een casus met een – voor patiënten – belangrijk leerpunt te beschrijven, aansluitend bij het format van mediprudentie. Met het project POM hebben de drie patiëntenorganisaties aangetoond in staat te zijn om dergelijke casussen van goede kwaliteit te maken. Deze casussen zijn inmiddels geaccepteerd en opgenomen in de database van de NVVG.
  • Door het aandragen van suggesties voor thema’s en leerpunten die vanuit het patiëntenperspectief belangrijk zijn.
  • Door te participeren in de ‘mediprudentiecommissie’ van de beroepsvereniging, die aangedragen casussen van leerzaam commentaar voorziet.
  • Door het ontwikkelen van (zelfrapportage-)instrumenten die kunnen worden ingezet in het beoordelingsproces, zoals een goed (ingevuld) dagboek. Hier wordt door enkele patiëntenorganisaties al aan gewerkt.
  • Door het – in samenspraak met verzekeringsartsen en bedrijfsartsen – formuleren van kwaliteitscriteria voor de verzekeringsgeneeskundige beoordelingspraktijk vanuit het perspectief van patiënten. Op basis daarvan kunnen patiëntenorganisaties die praktijk toetsen. Dergelijke criteria kunnen tevens door verzekeringsartsen worden gebruikt om hun eigen praktijk te toetsen, zowel in het kader van mediprudentie als in het kader van andere kwaliteitsinstrumenten. In het kader van het project POM werd daarvoor een aanzet gegeven door middel van een eerste set criteria.
  • Door te bepleiten dat er aanvullend op de claimbeoordeling, die vaak een momentopname is en slechts theoretische arbeidsmogelijkheden oplevert, ruimte komt voor ‘participatiegerichte, dynamische beoordelingen’. Dat kan door aan te haken bij lopende discussies hierover in kringen van verzekeringsartsen en bedrijfsartsen.

Kwaliteitscriteria

Bij het formuleren van kwaliteitscriteria voor sociaal medisch beoordelen werd aangesloten bij de methode en het format van KiZ. Echter, criteria die zijn opgesteld voor de zorgsector kunnen niet één op één worden overgenomen en toegepast op de sociaal medische beoordeling. Dit komt door het feit dat er in de sociaal medische context andere doelen worden nagestreefd dan in de zorgsector. Dat heeft ook als consequentie dat er sprake is van een andere arts-patiënt relatie.

Daarom werd de matrix aangepast aan de fasen waarin het beoordelingsproces wordt doorlopen en deels aan meer passende thema’s. Evenals in het kader van KiZ werden ook voor deze praktijk algemene kwaliteitscriteria opgesteld. Aan de hand van de matrix werden criteria nader uitgewerkt op basis van geïnventariseerde klachten en wensen van patiënten en cliënten. Deze criteria vormen echter geen statisch eindproduct. Zij zijn onderhevig aan de dynamiek van de uitvoeringspraktijk, het beleid, wetenschappelijke inzichten en ervaringen van patiënten en cliënten. Om die reden is het proces van formulering en overleg dan ook belangrijker dan een vastgelegd eindproduct.

Als beleidsorganisaties, dienstverleners en patiënten/cliëntenorganisaties hun conserverende houding opgeven en werkelijk kiezen voor een open en lerende organisatie, dan ontstaat er ruimte voor een cocreatieve praktijk van kwaliteitsontwikkeling. Een deel van het benodigde instrumentarium is reeds ontwikkeld. Alle aandacht dus voor het burgerperspectief op kwaliteit!

 

[i] Het programma Kwaliteit in Zicht is een samenwerkingsverband van de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK), Diabetesvereniging Nederland (DVN), Astma Fonds/Longpatiëntenvereniging, Reumapatiëntenbond, Vereniging Spierziekten Nederland (VSN), de Hart&Vaatgroep, Zorgbelang Nederland en de Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie (NPCF). Het programma Kwaliteit in Zicht wil een structurele en uniforme inbreng bij kwaliteitsverbetering en het zorginkoopproces realiseren. Meer informatie: http://www.programmakwaliteitinzicht.nl/

 

[ii] Patiëntenperspectief op Mediprudentie, een project van Nierpatiënten Vereniging Nederland, Whiplash Stichting Nederland en Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid, gericht op kwaliteit van sociaal medisch oordelen. Met bijdragen van de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK). Meer informatie: www.pom2013.nl

 

By | 2017-06-22T06:42:14+00:00 oktober 15th, 2014|Geen categorie|0 Comments

About the Author: